het ‘treiteren’ van artiesten / ondernemers

Zoals te verwachten was, leiden de Wet Werk en Zekerheid, en de afschaffing van de VAR tot ‘onbedoelde’ gevolgen.

Op 7 en 14 maart, tijdens de: ‘What the VAR?!’ avonden heb ik al toegelicht dat het voor veel podiumkunstenaars moeilijker wordt om te factureren. Zeker als het een iets langere opdracht betreft.

Artiesten die voorheen factureerden, zouden daardoor in dienst genomen moeten worden. Met de Wet Werk en Zekerheid zou er al snel sprake zijn van een VAST dienstverband. Dat willen de opdrachtgevers, die met productieperioden van enkele weken tot maanden werken, logischerwijs niet.

Bijkomend ‘detail’ is dat de CAO Theater vervalt, waardoor niet na 15 contracten, maar al na 3 contracten, binnen 2 jaar een vast dienstverband ontstaat.

Gelukkig kunnen dienstbetrekkingen later in de inkomstenbelasting onder de winst uit onderneming opgenomen worden, waardoor eventueel de ondernemersaftrek van toepassing is, wat gemiddeld een vermindering van 11.000 euro van het inkomen oplevert.

Echter wil de regering ook nog steeds de conclusie van de commissie Dijkhuizen uit 2013 uitvoeren, wat inhoudt dat de ondernemersaftrek afgeschaft zou moeten worden.

LEUKER KUNNEN ZE HET NIET MAKEN?!
Tot 1 mei  2017 is er de tijd om overeenkomsten op te stellen, en om te wennen aan de nieuwe situatie. De politiek is zich inmiddels bewust van de huidige onduidelijke en onzekere situatie.

NAPK: podiumkunsten in problemen door nieuwe regelgeving
Door Anouk Leeuwerink gepubliceerd 24 maart 2016

De podiumkunstensector komt in grote problemen door de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) en de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties die per 1 mei ingaat, schrijft brancheorganisatie NAPK in twee brieven aan minister Bussemaker van OCW en minister Asscher van SZW. De combinatie van deze wetten zorgt voor een ernstige beperking van de mogelijkheden om flexibele arbeidsrelaties aan te gaan, waaraan juist in de podiumkunsten grote behoefte is.

De WWZ verving in 2015 de Flexwet en maakt het onmogelijk om – zoals in de podiumkunsten gebruikelijk was – langdurig op basis van tijdelijke contracten te werken zonder dat er een vast dienstverband ontstaat. Sectoren mochten in de Flexwet zelf in hun cao vormgeven hoeveel tijdelijke contracten een werkgever kon aanbieden. Zo mogen producenten in de huidige Cao Theater en Dans (die nog geldt tot 1 juli) voor alle functies vijftien contracten voor bepaalde tijd in 48 maanden aanbieden, zonder dat daarna een vast dienstverband ontstaat. Met de komst van de WWZ bestaat deze flexibiliteit na 1 juli alleen nog voor acteurs en dansers, dankzij een op verzoek van sociale partners toegekende ministeriële uitzondering.

Sinds de overgang van de Flexwet in de WWZ geldt voor alle sectoren dezelfde maatstaf: werkgevers mogen slechts drie contracten voor bepaalde tijd binnen 24 maanden verstrekken, daarna moeten zij een vast contract aanbieden. Extra complicerend in de WWZ is dat de periode tussen een oud en een nieuw contract meer dan zes maanden moet zijn, willen deze contracten niet als opeenvolgend worden beschouwd. Voorheen was dit drie maanden. Asschers beoogde resultaat – meer mensen sneller in vaste dienst – blijkt door deze wijzigingen een averechts effect te hebben: mensen staan juist eerder op straat.

De NAPK ziet dat de podiumkunstensector sinds de bezuinigingen zijn soelaas zoekt in zzp-ers. Op 1 mei a.s. treedt echter de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (Wet DBA) in werking en wordt de VAR (Verklaring Arbeidsrelatie) afgeschaft. De NAPK wijst erop dat veel zelfstandigen in voorstellings- en productie gebonden functies niet aan de nieuwe criteria voor zelfstandigheid die de Belastingdienst hanteert zullen voldoen.

De NAPK pleit in haar brief aan Bussemaker en Asscher om de voorstellings- en productie gebonden functies binnen de WWZ uit te zonderen, zodat de sector in de cao eigen afspraken kan maken.

Afbeelding: NAPK

Dit bericht is geplaatst in Nieuwtjes. Bookmark de permalink.